Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handen „ontelbare menschen een ellendig en onwaardig bestaan leiden," gelijk Z. H. spreekt, is duidelijk. Doch ook afgezien daarvan, is het bestaan voor velen hard. Wij wijzen slechts op drie verschijnselen.

Vooreerst de loonen worden zooveel mogelijk neergedrukt, tengevolge van de aanwending van vrouwenen kinderkrachten, die veel goedkooper zijn dan de arbeid der mannen, en door de machines dikwijls even productief. Daarbij doen de mannelijke arbeiders elkander concurrentie aan, omdat zij wel genoodzaakt zijn hun krachten tegen eiken prijs te verhuren, willen zij eenig levensonderhoud bezitten.

Dan worden de arbeiders voortdurend bedreigd door werkeloosheid. In vele vakken is dit een jaarlijks weerkeerend verschijnsel. In andere vakken is dit altijd te vreezen om vermindering van werk en daarom ontslag van arbeiders, om herhaalde crisissen, die de uitgebreidste ondernemingen stop kunnen zetten, om de zich vermenigvuldigende werkstakingen.

Eindelijk wat hiermee samenhangt de onzekerheid van het bestaan. Wat zal de man, die geen andere bron van inkomst heeft dan zijne werkkrachten, beginnen ten tijde van ziekte, invaliditeit en ouderdom ? Met welke stemming zal hij den dag van morgen afwachten, die hem vermindering van arbeid, ja ontslag kan aanbrengen en daarmede gebrek?

Ziedaar eenige verschijnselen van een toestand, waarin een groote massa armen tegenover weinige rijken staan, en waarin de maatschappelijke verhoudingen onnatuurlijk zijn verbroken.

Sluiten