Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelve kleinere maatschappijen uitmaken. Zoo zijn de huisgezinnen, zelve kleinere maatschappijen, leden van de staatsgemeenschap.

De leden vormen als het ware de stof, waaruit de maatschappij gevormd wordt. Of wil men het anders, zij zijn als het lichaam, dat door een beginsel van eenheid moet bezield om tot eene levende maatschappij te worden. Eene menigte op zichzelve is nog niet eene maatschappij; maar zij wordt het, wanneer zij tot een zedelijken persoon vereenigd wordt. De School noemt de leden het element urn mat er i al e der maatschappij.

57. Het doel.

De kennis van het doel moet ons voorlichten bij het onderzoek naar den aard eener maatschappij; omdat het doel haar eigenaardig karakter bepaalt, en wel zoo, dat daardoor de eene soort van maatschappij onderscheiden wordt van elke andere. Onderzoekt men naar den aard van welke vereeniging ook, dan vraagt men, wat zij zich ter bereiking voorstelt. Het onderscheid b.v. tusschen handelmaatschappijen, vereenigingen van liefdadigheid, godsdienstige vereenigingen enz., hangt niet af van het karakter of de positie der leden, maar van het doel. Doordat alle leden eener vereeniging kooplieden of boeren zijn, is die vereeniging nog niet eene handelmaatschappij of een boerenbond: het kan ook eene congregatie, een liefdadigheidsgenootschap, een muziekgezelschap zijn. De leden van een volksbond kunnen tegelijkertijd leden eener congregratie zijn; maar dan vormen dezelfde personen twee verschillende maatschappijen, onderscheiden naar het doel:

Sluiten