Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

viduën en huisgezinnen verbonden in eene burgerlijke maatschappij, alles vindt, wat hij als mensch noodig heeft. I)e natuur heeft in den mensch den aanleg en de neiging ingedrukt om zich met anderen te vereenigen, en hem tegelijkertijd voor zijn bestaan en voor zijne ontwikkeling zooveel behoeften gegeven, waaraan hij niet dan in eene maatschappelijke verbinding kan voldoen, dat hij zijne neiging en zijn aanleg wel moet volgen, zal hij niet het slachtoffer zijn van de uiterste ellende in elk opzicht. 1'aartoe is niet voldoende, dat hij onderscheidene particuliere vereenigingen vormt elk met een beperkt doel, maar hij heeft juist die soort van maatschappij noodig, welke wij staat noemen.Wanneer hij dus zulk eene gemeenschap intreedt, dan doet hij dit wel is waar vrij en beredeneerd handelend: maar zijn eigen natuur doet hem gevoelen, dat er voor hem geen andere weg open staat om eenigszins menschwaardig te leven. Op die wijze is de natuur de oorsprong van de burgerlijke maatschappij. < ielijk God den mensch geschapen heeft met dien aanleg en met die behoeften, zoo is ook de staatsgemeenschap, welke noodzakelijk uit dien aanleg en die behoeften voortkomt, een schepping van God te noemen, niet onmiddellijk, maar zeer zeker middellijk.

Nemen wij echter de burgerlijke maatschappij niet als soort, maar als concreten staat, dan zien wij, dat zoowel de gemeenschap als het maatschappelijk gezag velerlei vormen vertoont, die niet noodzakelijk uit de natuur voortkomen, maar die ook het wezen der zaak niet veranderen. Deze verschillende vormen worden bepaald door vrije keuze, door historische ontwikkeling, door allerlei omstan-

Sluiten