Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarvan is het niet eenvoudig onderscheiden door min of meer. Neemt men het bijzonder welzijn van alle burgers samen, dan is die som het welzijn van allen, maar niet het algemeen welzijn. Dit verschilt van het eerste, zooals de H. Thomas leert 1), in aard en wezen. Het bijzonder welzijn is de persoonlijke toestand, waarin iemand feitelijk welvaart geniet, waarin hij alles bezit, wat voor een gelukkig leven op aarde redelijkerwijze verlangd kan worden. Dat is het doel van het huisgezin, waarin onmiddellijk voor het persoonlijk welzijn van alle huisgenooten gezorgd wordt. Maar de staat draagt niet de onmiddellijke zorg van al zijn leden. Waar zou dat been?

Onder algemeen welzijn verstaan wij een zoodanigen algemeenen toestand, waarin zooveel mogelijk alle leden der maatschappij in staat gesteld zijn, om vrij en zelfstandig met eigen krachten hunne ware tijdelijke welvaart op elk gebied zelf te bewerken. Ieder mensch zoekt zijn eigen geluk op stoffelijk, op geestelijk, op elk gebied. Hij wil vooruit, ieder in zijn stand. En dat is redelijk. Men herleze wat wij in n°. 3 over de natuurlijke bestemming van den mensch in dit aardsche leven zeiden. Hij zoekt zijn persoonlijke, tijdelijke welvaart, en daarnaar wil hij zelfstandig met eigen krachten streven. Maar daarvoor is het volstrekt noodig, dat hij midden in een toestand leeft, waarin het hem positief mogelijk gemaakt wordt. Welnu het is die* toestand, die als algemeen welzijn of openbare welvaart bekend staat, en welken te scheppen de roeping der staatsgemeenschap is. In dien

') S. Th. II, II, Q. 58, a. 7, ad 2ni.

Sluiten