Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal zijn bijzonder belang moeten wijken voor het algemeen belang, als het daarmede in botsing komt. De voordeelen van het maatschappelijk leven zijn voor hem middelen om tot zijn persoonlijk einddoel te geraken, maar middelen, waarvoor hij iets moet overhebben.

c. Het onmiddellijk doel van den staat bepaalt zich tot de tijdelijke welvaart; het strekt zich niet uit tot de zedelijke en godsdienstige belangen, daar deze tot het privaat welzijn behooren. Nochtans deze mogen niet uit het oog verloren worden. Wanneer wij zeggen, dat de mensch in het maatschappelijk leven een menschwaardig bestaan zoekt, wordt daarmee niet bedoeld een leven vol genietingen, doch een bestaan passend voor een redelijk schepsel Gods, dat hiernamaals blijft voortleven en wiens einddoel in de eeuwigheid ligt. Daaraan moet dus de door den staat na te streven algemeene welvaart zoo ondergeschikt zijn. dat de burgers daarin een middel vinden om hun einddoel als mensch te bereiken.

d. Het doel van den staat moet men opvatten als eene noodzakelijke aanvulling der private krachten. Immers aan dezer natuurlijke ontoereikendheid en daaraan alleen dankt de staat het aanzijn. De menschen zijn vrije wezens, redelijke schepselen, levende personen met eigen werkkracht, maar wier krachten niet voor alles toereikend zijn en daarom aanvulling behoeven. Welnu in de staatsgemeenschap zoeken zij niet ontheffing van eigen krachtsoefening, maar aanvulling hunner private krachten. De aanvulling en niet de verdringing der private krachten is derhalve het doel van den staat.

Sluiten