Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 4. Bevoegdheden van het staatsgezag.

67. Wij spreken hier over het gezag in abstracto, in zichzelf beschouwd, nl. als het recht om de maatschappij tot haar doel te brengen, en met oog daarop den leden verplichtingen op te leggen. Alleen zoo beschouwd is het natuurrechtelijk. De regeeringsvorm, d. i. de concrete vorm waarin het gezag optreedt, hangt af van menschelijke feiten (nu. 62). Daaromtrent vordert het natuurrecht alleen, dat hij zoodanig zij, dat het doel der staatsgemeenschap het algemeen welzijn, bereikt kan worden. Beantwoordt een regeeringsvorm aan dien eisch, dan kan hij, hoedanig hij ook zij, nooit uit zijn aard verkeerd zijn.

Wij ontwikkelen hier slechts enkele beginselen omtrent de bevoegdheden van den staat als staatsgezag.

Na al het voorgaande is het overbodig uit te weiden over de noodzakelijkheid van een gezag (n°. 58), en wel van een gezag in den vollen zin des woords, dat bevoegd is wetten te stellen en gewetensplichten op te leggen (nos. 10 en 11). Evenmin is het noodig te herhalen, dat de omvang van het gezag wordt aangegeven door het doel der maatschappij (n™. 57 en 59). Dewijl nu aan de staatsgemeenschap haar doel door de natuur zelve is aangewezen, daarom zijn ook de bevoegdheden van het staatsgezag door de natuur zelve omschreven. Wij hebben hier niet te doen met eene vrije maatschappij, waarvan de omvang van het gezag met het doel der vereeniging willekeurig bepaald wordt. I)e staat heeft dus alle rechten, die noodlij zijn ter bereiking van bet doel; maar daarbuiten-

Sluiten