Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van algemeen welzijn; dan houdt de vrouwenarbeid op een zuiver private zaak te zijn. Dan trede de staat op en ïegele die private zaken, in zoover het algemeen belang het noodzakelijk maakt. Daarmee stelt hij zich niet de regeling van het private leven ten doel: rechtstreeks en onmiddellijk beoogt hij het algemeen welzijn, wat geheel en al zijne zaak is. Maar in casii is die regeling op privaat gebied voor hem een noodzakelijk middel, wat hij, krachtens zijn plicht om voor het algemeen welzijn te zorgen, bevoegd is aan te wenden.

Wij kunnen derhalve deze formule opzetten: de staat heeft op het private leven der burgers en der huisgezinnen geen 1 echtstreeksche bevoegdheid, maar alleen eene zijdelingsche, in zoover het algemeen belang dat noodzakelijk maakt. Men vergelijke Hoofdst. VI, § 5, waar wij deze zelfde vraag behandelen met betrekking tot het eigendomsrecht.

Sluiten