Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89. Wie niet aanstonds helder inziet, dat de instelling tan privaat bezit noodzakelijk is voor het doel, waarvoor de aardsche goederen geschapen zijn, moet toch zeker geti offen worden door het feit, dat private eigendom altijd en overal in een of anderen vorm bestaan heeft, en wat meer zegt, dat hij bij toeneming der beschaving (waartoe de mensch ongetwijfeld van nature bestemd is) meer ingewikkeld en geregeld bestaat, niet slechts van gebruiksgoederen, maar ook van productie-middelen. De wilde wordt evengoed geacht eigenaar te zijn van zijn pijl en boog als de ondernemer van zijne fabriek. Vanwaar dat algemeene verschijnsel, waarop geen uitzondering is? Dat moet het gevolg zijn van eene algemeene oorzaak. En welke andere kan dat zijn dan de noodzakelijkheid dier instelling voor den mensch, zooals hij nu eenmaal bestaat? Dat men de aardsche goederen niet vreedzaam in gebruik kan hebben, zonder ze althans voor een gedeelte in privaat bezit te nemen, ligt zoo voor de hand, dat de menschen zonder eenige bedenking daartoe overgaan 1).

Als redelijk wezen, als zelfstandige persoonlijkheid, die zijn eigen weg volgt en naar zijn eigen doel streeft, komt den mensch eene zekere mate van onafhankelijkheid toe. Aan zijne behoeften en verlangens wil hij zooveel mogelijk door persoonlijke zorg voldoen. Iedereen wil zijn eigen zaken beredderen. Te vergeefs zou men trachten die neiging te onderdrukken, en zoozeer wordt zij dooide natuur gewettigd, dat God den mensch tot waarborg

') Vergel. ene. 11. N. § 3 ,Sane, quod" en volgg.

Sluiten