Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94. Natuurlijke rechtstitels van den eigendom, in dien zin dat de natuur zelve het voorwerp zou aanwijzen, bestaan niet. Het is steeds een menschelijk feit, dat aardsche goederen onder iemands beheer brengt, gelijk ook een menschelijk feit dat recht kan opheffen. Op de vraag derhalve, of private eigendom in zijn geheel genomen natuurrecht of positief recht is, moet aldus onderscheiden worden: de private eigendom als instelling voor het geheele menschdom, alsook het abstract recht voor ieder afzonderlijk, is natuurrecht. Doch de concrete eigendom, als voortvloeiende uit een menschelijk feit. is rechtstreeks positief, menschelijk recht; maar valt onder het natuurrecht in zooverre het een natuurlijk recht vooronderstelt. En zoo wordt elk rechtmatig verkregen eigendom door het natuurrecht beschermd.

Wanneer een feit of eene handeling, waardoor niemands recht gekrenkt wordt, van dien aard is, dat zijne erkenning als rechtstitel noodzakelijk is om de private eigendom tot zijn doel te voeren, dan erkent de natuurwet daarin een rechtstitel. Maar dewijl de aanwending van zulke titels dikwijls zeer nadeelig kan zijn voor de maatschappelijke orde en vrede, dus tegen het doel van den privaten eigendom kan ingaan, blijft het aan den positieven wetgever, op wien de zorg voor het maatschappelijk welzijn rust, overgelaten om nadere bepalingen te maken. Zoo doet b.v. Burg. Wetb. art. 642 met betrekking tot de toeëigening van een gevonden schat. Zie eenige voorbeelden verklaard bij P. Van Gestel, Op. cit. n. LXf.

95. Uit hetgeen wij tot hiertoe betoogden volgt, dat

Sluiten