Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

private eigendom eene zuiver menschelijke instelling, die dus door de menschen kan worden opgeheven.

Tot juist begrip hiervan diene, dat de H. Thomas onderscheidt tusschen jus naturale en jus positivum, en dit laatste weer verdeelt in jus gentium en jus civile. Daardoor heeft hij deze indeeling van het recht: jus naturale, j. gentium en j. civile, waarin het jus gentium tot het positief recht wordt gerekend. Maar wat verstaat hij door elk? Door natuurrecht verstaat hij die wetten, welke de natuur zelve onmiddellijk leert, en onder jus civile die, welke onverschillige handelingen regelen (per moduni ileterminationis n°. 12). Daartusschen ligt het jus gentium, waaronder hij zulke wetten verstaat, welke rechtstreeks en daarom voor iedereen duidelijk uit het natuui recht worden af'geleid, (per modum conclusionis n . 12. S. lh. I. II. Q. 95, a. 4). Dit noemt hij nu wel positief recht, maar niet zoo volkomen als het jus civile, omdat het zijn kracht ontleent aan het natuurrecht (1. c. a. 2.).

Welnu in S. Th. II, II. Q. «6, a. 2 et ad ln\ waaide H. Leeraar uitdrukkelijk het privaat eigendomsrecht behandelt, spreekt hij er in dien zin over, en geeft er eene verklaring van, waarvan de onze niet afwijkt. Hij erkent het natuurrechtelijke bestaan van eene zekere goederengemeenschap. Nochtans niet zóó, dat alles collectief moet worden bezeten en alle private eigendom verboden is; maar slechts in zooverre, dat de natuur niet zelve onmiddellijk de bezittingen onder de menschen heeft verdeeld. De private eigendom is niet onmiddellijk door de natuurwet voorgeschreven, is dus niet in dien zin een jus natu-

12

Sluiten