Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ra/e. Maar daar komt bij eene „vinding van de menschelijke rede" (adinventio rationis humanae) ; d. w. z. de rede ziet aanstonds in met alle klaarheid, en met zoo weinig redeneering, dat zij als vanzelf tot die gevolgtrekking gedrongen wordt, — dat de private eigendom noodzakelijk is voor het menschelijk leven (necessarium ad humanam vitam). De natuur zelve brengt hem er toe door zijne rede, en zoo volgt het middellij/,- uit het natuurrecht. Om die eenvoudige en gemakkelijke werking deirede, die er tusschen komt, noemt hij het een positief recht, nl. een jus gentium, dus zulk een positief recht, dat zijn kracht aan het natuurrecht ontleent, dat hij zelfs uitdrukkelijk (S. Th. 11, II, Q. 57, a. 3) een deel van het natuurrecht noemt, en dat daarom niet eenvoudig van den menschelijken wetgever afhankelijk is. Komt de verklaring, die wij § 2 gaven, niet volkomen met deze overeen?

Bovendien zagen wij in § 8, dat de concrete eigendom van bepaalde personen op bepaalde zaken door een menschelijk feit zijn aanzijn ontvangt en in zooverre menschelijk recht is.

In denzelfden zin als Sint-Thomas spreken ook andere godgeleerden. Eenige weinigen drukken zich minder duidelijk uit en schijnen niet eene eigenlijke noodzakelijkheid van het bijzonder eigendomsrecht te verdedigen, maar alleen een zeer groot nut; nochtans een nut van dien aard, dat de afschaffing van het privaat bezit verderfelijk en ongeoorloofd zou zijn; terwijl de door hen aangevoerde bewijzen wel degelijk de noodzakelijkheid in het licht stellen. Yan dien kant daagt dus voor de socialisten geen hulp op.

Sluiten