Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begrijpelijk is ook, dat het liberale stelsel onverzoenlijk staat tegenover de katholieke Kerk, die gebiedt zijn verstand te onderwerpen aan de openbaring Gods en zich afhankelijk te toonen van zijn Schepper.

109. Volgen wij het liberalisme op het staatkundig terrein, waar het onder zijn eigen naam het beginsel van onbeperkte persoonlijke vrijheid doorvoert. Niets is hooger dan de staat. Deze is het gezag, dat geen ander boven zich heeft, dat geen recht of plicht behoeft te erkennen, dan die het zelf schept. Want de geheele rechtsorde, waarop het maatschappelijk leven steunt en die de staat moet handhaven, heeft een zuiver mensche1 ij ken oorsprong, vindt zijn laatsten grond in menschelijke overeenkomst. De staat geeft aan het recht zijne wettelijke uitdrukking, en de staatsdwang maakt den rechtsplicht.

Maar de staat zelf, hoe komt hij aan zijn albedwingend gezag, en hoe rijmt dat gezag met de individueele vrijheid?

Tn aansluiting met de theorie van Rousseau loochent men de maatschappelijke natuur van den mensch. Van huis uit is ieder mensch volkomen vrij om te doen en laten wat hij wil, en zijn alle individuen volkomen gelijk. Oorspronkelijk stonden de menschen zonder eenige wetten, zonder plichten tegenover elkander. Dat is de „natuurstaat." Toen dit tot voortdurende botsing en verwarring aanleiding gaf, kwam men op het denkbeeld een staatsgemeenschap te vormen, waarin men onder geregelde en ordelijke verhoudingen zou leven. Hiertoe was noodig, -dat ieder een deel zijner vrijheid aan de gemeenschap

Sluiten