Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afstond; maar daarvoor ontving hij het aequivalent terug in den vorm van een aandeel in het gezag. Het gezag berust geheel en al bij het volk (volkssouvereiniteit), maar zoo, dat iedere burger er een deel van bezit. Door zich alzoo aan den staat te onderwerpen, gehoorzaamt hij eigenlijk aan zichzelf. Zoo wordt de individueele vrijheid gered. Het staatsgezag is de som van de gezagsaandeelen der afzonderlijke burgers. Voor de uitoefening van het gezag stelt liet volk gezagvoerders aan, die, in welken regeeringsvorm ook, zijn zaakgelastigden zijn en als zoodanig altijd ter verantwoording kunnen geroepen worden. Als regel van hun gedrag in de uitoefening van het gezag hebben zij de publieke opinie, die zich uit door de pers. Daarom moet er vrijheid van drukpers zijn, opdat alle meeningen zich vrij kunnen openbaren. Het volk blijft altijd souverein. Men begrijpt hieruit de neiging tot het algemeen kiesrecht en de voorliefde voor den republikeinschen regeeringsvorm, althans voor de constitutioneele monarchie.

De staat geheel en al volgens de liberale beginselen ingericht, schenkt geen andere vrijheid dan de staatkundige, welke daarin bestaat, dat iedere burger een deel bezit van het souvereine gezag. Daarin ligt zijne onafhankelijkheid, dat hij een deel is van het volkomen onafhankelijk staatsgeheel. Maar hij is ook niets anders dan een deel van dat geheel. Daarom heeft hij geen rechten naast en nog veel minder tegenover den staat; m. a. w. hij mist de burgerlijke vrijheid. Zoodat het liberalisme met al die individueele onafhankelijkheid belandt bij een drukkend staats-absolutisme, waar een toevallige meerderheid een onbeperkt gezag uitoefent.

Sluiten