Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarom het ook Colbertisme genoemd wordt. Dit zet als beginsel voorop, dat de rijkdom eener natie bestaat in de hoeveelheid goud en zilver, die zij bezit. Daarom moet de economische politiek zich ten doel stellen: zooveel mogelijk geld in het land brengen. Welnu dat wordt bereikt door den goed geleiden handel op het buitenland. Hoe meer de uitvoer van bewerkte producten den invoer overtreft, des te meer klinkende munt, dus des te grooter rijkdom valt het uitvoerende volk in handen. Onbewerkte grondstoffen volgen den tegenovergestelden regel. Want eerst uitgevoerd komen zij als bewerkte producten, en derhalve als duurdere waar het land weer binnen. Zij zouden op die wijze geld aan de natie onttrekken. De kunst van den staatsman bestaat dan hierin, dat hij door een stel van in- en uitvoerrechten en premiën den in- en uitvoer zoo regelt, dat het goud en zilver het land binnenstroomt.

Dit systeem hield geen stand. Men begreep, dat de voorspoed niet eenvoudig rechtstreeks afhangt van de hoeveelheid aanwezig goud en zilver. De landbouw, rijke bron van welvaart, maar minder geëigend om voor den uitvoer te produceeren, werd verwaarloosd. De staat had door zijn onmiddellijke bemoeiing zich vervormd tot een economischen politie-staat, en hij had zichzelf in plaats van het algemeen welzijn tot doel gesteld.

Hierop volgde het Physiocratische stelsel, door Quesnay (1694 —1774), den lijfarts van Lodewijk XV, uitgewerkt. Dit zoekt de bron van allen rijkdom in den landbouw. De handel toch brengt niet voort, maar verplaatst

Sluiten