Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch thans nadert de industrie een keerpunt. In eene vroegere periode, toen de techniek nog onvolmaakt was, werkte men meer extensief: men produceerde meer dan eertijds, maar daarvoor zette men ook meer handen aan het werk. De versterking van het kapitaal bracht toen eene vermeerdering van arbeiders meê. Doch door de volmaking der techniek werkt de industrie meer intensief, d. i. met zoo weinig mogelijk arbeid wordt zoo veel mogelijk geproduceerd. De machine maakt eene breede schare van loonarbeiders overbodig, die dan het door Marx genoemde „industriëele reserve-leger" vormen, dat in drukke tijden te hulp wordt geroepen, om na afloop daarvan weer op straat te worden gezet, en dat tegelijkertijd de loonen der anderen omlaag drukt.

Eindelijk slaat het uur, dat de kapitalistische maatschappij zichzelve oplost in de socialistische. De grootere kapitalisten verslinden de kleinere, hun aantal wordt geringer en hunne macht drukkender. Doch het leger van proletariërs wordt grooter en hun ellende ondraaglijker. De productie-middelen worden meer geconcentreerd, allerlei bedrijven worden in enkele ondernemingen samengebracht, deze worden minder talrijk, maar des te uitgebreider, zoodat de arbeid ingewikkelder en beter georganiseerd wordt. De concurrenten produceeren er maar op los, zonder oog te hebben op de markt. Daardoor ontstaan regelmatig crisissen, die telkens in omvang toenemen en steeds minder tegenwicht vinden. Wij hebben dus de tegenstelling van bourgeoisie en proletariaat, en de tegenstelling van de organisatie in de fabrieken en de anarchie onder de concurrenten. Dit springt eindelijk uit-

Sluiten