Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inderdaad men kan geen reden aanvoeren, waarom de dienstverhouding, die het arbeidscontract voortbrengt, op zichzelve beschouwd en afgezien van misbruiken, zou strijden tegen de christelijke moraal. Men mag het gebruik zijner krachten, waarover men immers de vrije beschikking heeft, wel wegschenken: men mag tocli zeker gratis werken voor een ander, zonder dat deze andere door daarin toe te stemmen een onrecht bedrijft. Waarom zou het dan een onrecht zijn als het met een loon wordt vergolden ? Of strijdt het soms met de menschelijke waardigheid, als de eene mensch in ondergeschikte positie staat tegenover een ander? Zeker wel, als hij zich met lichaam en ziel als een slaaf overlevert: maar eene onwaardige ondergeschiktheid, die eenigszins op slavernij gelijkt, volgt in geenen deele uit het arbeidscontract.

De arbeidsovereenkomst in den tegenwoordigen vorm van looncontract is noodzakelijk. Een vennootschap tusschen patroon en arbeiders, waarbij dezen zouden deelen in de winsten (maar natuurlijk ook in de verliezen), blijft eene volkomen onmogelijkheid, al gunt het goede hart den arbeiders nog zooveel voordeelen. Wij behoeven slechts hierop te wijzen, dat de arbeider niet in staat is het risico te dragen: immers dan verloor zijn bestaan alle zekerheid. Zoo ook moet hij bij kleine termijnen zijn loon betaald krijgen: hij kan niet wachten totdat de balans der onderneming is opgemaakt (n°. 31) ').

Of de ontzettende ontwikkeling van het loonstelsel de

1) ,I>ie Sociale Frage beleuchtet" enz. Band I. Heft 2: Arbeitsvertrag und Strike door P. Lelimkuhl.

Sluiten