Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meest gewenschte sociale verhouding aanbrengt; of het voor de geheele maatschappij niet wenschelijk zou zijn, dat er minder menschen waren, die uitsluitend van het loon voor hun arbeidskracht leven; of het mitsdien niet geraden is naar andere verhoudingen te streven; dat zijn vragen, die wij hier niet beantwoorden, maar waardoor in elk geval de rechtvaardigheid van het looncontract niet wordt aangetast.

§ 2. Het Arbeidsloon.

157. De meeste schrijvers over staathuishoudkunde stellen zich voor de loonquaestie tevreden, met de beweging van het arbeidsloon in zijn rijzingen en dalingen na te gaan, om uit die waarnemingen eenige economische wetten, ten onrechte natuurwetten genoemd, af te leiden (n'. 16); maar laten de zedelijke zijde van het vraagstuk buiten beschouwing. Doch de economie is nu eenmaal afhankelijk van de moraal en daarom zullen wij van dat standpunt de loonquaestie beschouwen.

Het geldt hier een quaestie van strikte rechtvaardigheid, en dat niet wat betreft de nakoming van het contract, maar wat aangaat de bepaling van het loon zelf. Z. H. Leo XIII bestrijdt de meening, „dat alleen dan onrecht wordt gepleegd, als de werkgever een gedeelte van het loon inhoudt, of de werkman niet in alle deelen den arbeid verricht, dien hij op zich heeft genomen" l).

') Ene. K. jV'. § 32 , Kem hoe loco."

Sluiten