Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezag (Hoofdsfc. IV, § 1). En wie anders kan de drager van het gezag zijn dan de patroon, de eigenaar der zaak, die het risico draagt, aan wien de anderen zich hebben verhuurd?

De omvang van dit gezag wordt geheel omschreven door den aard der maatschappij, waarin het wordt gevoerd en die haar ontstaan dankt aan het arbeidscontract. Buiten de fabriek en de fabriekszaken strekt het zich niet uit. Daar ontstaat dus ook geen wanverhouding, wanneer een arbeider als voorzitter eene vereeniging leidt, die den patroon onder hare leden telt.

Bovendien houde men vast, dat deze verhouding van ondergeschiktheid een gevolg is van het contract. Vóór het sluiten hiervan onderhandelen partijen in onafhankelijkheid. Dan kan de arbeider door den patroon gestelde condities afwijzen en van zijn kant condities aanbieden. -Maar na het contract bestaat die volle gelijkheid en onafhankelijkheid niet meer.

171. Wij lasschen hier een enkel woord in over het fabrieksreglement. Dat beschouwen wij niet in verband met eenige positieve wetgeving; maar wij onderzoeken slechts naar zijn natuurlijken samenhang met het arbeidscontract. Voorop staat vanzelf vast, dat van alle plichten en rechten, die door of tengevolge van de overeenkomst voor patroon en arbeiders ontstaan, geen enkele door het reglement kan op zij gezet worden. Het behelst eenvoudig nadere bepalingen, die op de fabriek als wet zullen gelden.

Kan de patroon naar eigen goeddunken het reglement

Sluiten