Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onwil van slecht allooi de noodige verbetering in den weg, toch is niet altijd de machtige staatsarm noodig om tot bukken te dwingen. Een bezadigd, doch beslist optreden van vereenigingen — mits geen revolutionnaire bewegingen of verstoringen van de orde — die voor hun goed recht opkomen, oefent dikwijls even groote macht als eene wet. In dit opzicht moet men ook niet weinig verti'ouvven stellen in de uiting van de publieke opinie door de pers. Bekend is het, dat de openbaarmaking van de verhooren der arbeids-enquêtes van '87 en 90, en de daarop gevolgde beschouwingen en oordeelvellingen der dagbladen, aan vele particulieren een krachtigen stoot gaven om voor verbeteringen te ijveren. Die factor is volstrekt niet gering te schatten.

Is het particulier initiatief machteloos, dan schijnt de gevolgtrekking natuurlijk, dat ook de dwang der wet niet zal baten. Doch hier valt het merkwaardig feit waar te nemen, dat de industrie nagenoeg telkens, wanneer sociale wetten werden voorgesteld, de klacht deed hooren, en deze met cijfers trachtte te steunen, dat de lasten, welke haar bedreigden, haar zouden verpletteren, terwijl toch de uitkomst die donkere vooruitzichten niet bevestigde. Anderzijds moet erkend worden, dat ingrijpende maatregelen zonder voldoende voorbereiding noodlottig kunnen zijn, waardoor de wet juist hen, die zij bestemd was te beschermen, hulpeloos en broodeloos zou maken.

Het staatsgezag zij voorzichtig in zijne bemoeiing op sociaal gebied. Het moet niet alles zelf willen doen en nog veel minder alles tegelijk. Het stelle niet het hoogste ideaal in eene zoo uitgebreid mogelijke sociale wetgeving.

Sluiten