Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doel, de opheffing der armoede, maar slechts hare leniging. Zij kan nooit een sociale hervorming bijbrengen.

De beoefening der liefdadigheid is een plicht door de natuurwet reeds aan den privaten eigendom verbonden (11 . 9S). Doch zal zij niet ontaarden in philanthropie, dan moet zij christelijk zijn en bezield door den godsdienst. Want zij reikt veel verder dan het geven eener stoffelijke aalmoes : zij stelt zich het volmaakte welzijn, vooral het godsdienstige en zedelijke welzijn van den arme ten doel. Daarom vraagt zij van den bemiddelde ook meer dan de stoffelijke gave, dikwijls een waar offer van zijn persoon. Welnu daartoe zijn op den duur beginselen noodig, die alleen de godsdienst aan de hand doet.

Uit haar aard is de beoefening der liefdadigheid de taak der particulieren en der Kerk, en ontsnapt zij aan de rechtstreeksche inmenging van den staat. Onafhankelijk van dezen heeft iedereen het recht 0111, hetzij persoonlijk, hetzij in vereeniging met anderen, wel te doen, en in geen enkele andere handeling is reglementatie en dwang van staatswege zoo onduldbaar. Hij moet de particuliere liefdadigheid beschermen, hare beoefening gemakkelijk maken en hare liefdewerken steunen.

Alleen wanneer de particuliere krachten, ofschoon gesteund door den staat, ontoereikend zijn, kan hij zelfstandig optreden. Maar dan houdt het hulpbetoon aan de armen op liefdadigheid te zijn. Dan wordt het armenzorg met het oog op het algemeen welzijn en een uitvloeisel der legale rechtvaardigheid. In dat geval is ook eene armenbelasting niet onrechtvaardig. Immers wanneer de staat een zorg op zich neemt, die hij als natuurlijke bevorderaar van het alge-

Sluiten