Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter was die op den kinderarbeid van Van Houten in 1874, die ondanks ongunstige voorspellingen gunstig gewerkt heeft. Hierbij bleef het tot 1887, toen eene encjuête-com missie werd benoemd om te onderzoeken naar de werking der wet van '74. In het jaar '90 werd eene nieuwe commissie aangewezen met veel uitgebreider bevoegdheid, inrichting en werkkring, waardoor den wetgever meer gegevens ten dienste zouden staan.

Intusschen was tot stand gekomen de Arbeidswet van 5 Mei 1889 tot het tegengaan van overmatigen en gevaarlijken arbeid van jeugdige personen en van vrouwen; waarbij behoort de Speetwet van 21 October 1902, ter aanvulling van art. 5. De zorg voor de uitvoering dezer wet, die eerst thuis hoorde bij het Departement van Justitie, werd bij Koninklijk Besluit van 29 November '92 overgebracht naar dat van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Doch onder bet Ministerie-Ivuvper kwam in 1901 de arbeidswetgeving onder den Minister van Binnenlandsche Zaken.

De Veiligheidswet van 20 Juli '95 hield bepalingen in tot beveiliging bij het verblijven in fabrieken en werkplaatsen. Bij Kon. Besl. van 23 December '96 werd het rijk verdeeld in zes, bij Kon. Besl. van IS Mei 1900 in negen arbeidsinspecties, in ieder waarvan een inspecteur met één of meer adjunct-inspecteurs met het toezicht op de uitvoering der Arbeidswet en der Veiligheidswet belast zijn.

Onze sociale wetgeving bevat vervolgens de Stoomvet van 15 April '96 tot regeling van het toezicht op het gebruik van stoomtoestellen. Deze wet kan echter slechts

Sluiten