Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het verenigingsleven zijne zelfstandigheid te zoeken, ligt zeker eene aanwijzing om de beroepsstanden als organen van den staat te herstellen.

Hierbij komt, dat de organisatie der maatschappij in beroepsstanden een krachtigen middelstand doet leven. De algemeene welvaart bestaat niet hierin, dat een natie eenige Croesussen telt, noch dat er eene groote hoeveelheid producten in de magazijnen ligt opgestapeld, maar in eene zooveel mogelijk gelijkmatige verdeeling der economische goederen. De kracht eener welvarende maatschappij ligt in haar middelstand. Maar zonder organisatie der voornaamste beroepsstanden kan zijn leven niet tot bloei komen. Afzonderlijke personen worden door de concurientie verpletterd. Kleinere vereenigingen baten wel iets, maar kunnen toch de concurrentie, de overproductie, de crisissen niet tegenhouden. De productie zelve moet geregeld worden, en dat is mogelijk dooide vrije ontwikkeling van publiekrechtelijke beroepsstanden.

hervallen wij dan niet in een soort van socialisme, waarbij de stand in de plaats gesteld wordt van de staatsgemeenschap ? Het heeft er niets van. Wanneer wij ons herinneren, wat wij in ons vorig n°. zeiden over de verhouding van den stand tegenover de standgenooten, dan ziet men duidelijk in, dat er van een collectivistisch stelsel geen sprake is.

194. De encycliek Rerum Novarum spreekt niet met uitdrukkelijke bewoordingen over de organisatie der maatschappij in beroepstanden. Maar als men bedenkt, dat

Sluiten