Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te worden: hoe kan men hen voor dat verval vrijwaren (n°. 43)? Welnu daaruit valt licht af te leiden in welke richting de sociale vereenigingen zich moeten bewegen.

^00- Met het oog op het doel der sociale vereenigingen, op de richting harer werkzaamheid en op de klasse van personen, die haar als leden vormen, kunnen wij haar tot drie hoofdtypen terugbrengen: die van arbeiders, die van kleinere, doch onafhankelijke meesters, die van grootere patroons. Wij willen niet zeggen, dat elke vereeniging zuiver en uitsluitend een dezer typen veitoonen moet. Zoo zijn gemengde vereenigingen van patroons en arbeiders mogelijk althans in de kleine industrie. Maai in alle hier bedoelde sociale vereenigingen zal men genoemde typen hetzij afzonderlijk, hetzij min of meer gemengd terugvinden; zoodat men bij de oprichting en regeling van vereenigingen daarop het oog dient te vestigen.

Het eerste type is de vereeniging van arbeiders. Het is dit type, wat Z. H. Leo XIII in het laatste deel der encycliek Rerum Nova rum vooral op het oog heeft. Misschien ligt het aan de verderfelijke werking der socialistische vereenigingen, dat vele patroons tegenover de katholieke arbeidersvereenigingen zoo wantrouwend zijn; alsof ook deze op het standpunt van den klassenstrijd staan; alsof ook deze liet aanleggen of ten minste aanleiding zijn om ontevredenen te kweeken; alsof ook deze noodzakelijk met steeds hooger en onredelijker eischen en grieven tegen de patroons komen aandragen.

Sluiten