Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke eigenschappen toe. De mensch plaatst zich zelf als God in den hemel, een God bestaat er in werkelijkheid niet, bestaat alleen in de verbeelding der menschen. »Zooals »de mensch denkt, zooals zijn bewustzijn is, zoo is zijn "God. Zijn God heeft evenveel waarde als de mensch heeft »en niets meer. Het bewustzijn van een God is het zelf-be»wustzijn van den mensch, de kennis van een God, de »zelf-kennis van een mensch. Door zijn God kent gij den »mensch en door den mensch zijn God, want beiden zijn "één. Wat voor den mensch God is, dat is zijn geest, zijn «ziel; wat voor hem zijn geest, zijn ziel, zijn hart is, dat »is zijn God. God is zijn binnenste, dat naar buiten treedt, "de eigen persoonlijkheid des menschen, welke zich uit. Gods»dienst is de plechtige openbaring van de verborgene «schatten des menschen, de uiting van zijn innerlijkste » gedachten, de openlijke belijdenis van zijn liefdegeheimen. " ') Men kan daarom de godsdiensten slechts beschouwen als zuiver historische gebeurtenissen; men behoeft alleen de bepaalde geestesinrichting van een tijd te kennen om de verklaring te vinden voor den godsdienst van dien tijd.

*) Das IVesen des Ckristentums. I. Band. Stuttgart — Fromann 1903. S. 15. Het is wellicht niet overbodig hier op te merken, dat de wijsbegeerte van Feuerbach opnieuw opleeft. In de voorrede tot de nieuwe uitgave (1903) lezen wij: «Als is er ook bij de richting der wijsbegeerte op het oogenblik weinig hoop, dat Feuerbach grooteren invloed zal uitoefenen, toch zal en moet er een tijd komen, waarin het Duitsche Volk, de geestelijke leiding moede, af zal rekenen met het godsdienstig leven, zooals het in de 19e eeuw er al twee malen mede begonnen, maar niet voortgegaan is; de tijd zal komen, waarin men om den godsdienst te begrijpen niet meer zijn toevlucht zal nemen tot de duizenderlei kunstgrepen der historische theologie, maar tot de wijsbegeerte van Feuerbach, die de godsdienstige verschijnselen verklaart uit het diepste wezen der menschelijke natuur en daardoor zich verheft boven alle vooroordeel van het geloof " B. I. S. VIII.

IO

Sluiten