Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een voor alle tijden geldende godsdienst is voor Feuerbach iets onmogelijks; het is niets anders dan aanmatiging van het christendom, als het zich uitgeeft als den godsdienst. Het christendom is ook het product eener ontwikkeling, niet de hoogste trap van ontwikkeling, welke de menschelijke geest kan bereiken; er is zelfs een ontwikkeling buiten en boven liet christendom. Deze ontwikkeling te brengen en te leiden is het werk der wijsbegeerte, zooals de philosophie van HegeI. den godsdienst meende te vereenzelvigen met de wijsbegeerte, waarmede evenwel straus in zijn »Glaubenlehre" zeer fijn den spot drijft: »De leer van hegei. werd in > den beginne begroet als het kind van vrede, dat beloofd »was, dat een nieuw tijdperk zou brengen. De wijsbegeerte, »tot dusverre heidensch, boog het trotsche hoofd en liet »zich doopen, legde een christelijke geloofsbelijdenis af, «terwijl het geloof geen zwarigheid maakte om haar een »goed getuigenis te geven, dat zij braaf en christelijk was »en om haar bij de gemeente allerwelwillendst aan te bevelen.

Alles wat hooger, bovenzinnelijk, een niet bestaand product der verbeelding is, is een voortbrengel van onwetendheid. »Het blauw van den hemel is het toevluchtsoord der geloovige onwetendheid.' De godsdienst, welke met zijn leer de zinnen des menschen te hulp komt. is alleen pathologisch (als ziekte) te beschouwen en het belang der menschen vordert, dat men den godsdienst bestrijdt, vooral als hij zich laat gebruiken, of liever misbruiken, in dienst van reactionaire machten, zooals Staat en Kerk zijn.

Dit alles geeft de verklaring van hetgeen hij in Hei delberg zeide: »Het doel van mijn boeken en van mijn voorlezingen is, om den mensch te maken van theoloog tot »anthropoloog, van een candidaat voor een toekomstig »leven tot een student van het tegenwoordige, van een

II

Sluiten