Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«de werkelijke ellende. De godsdienst is het zuchten der «noodlijdende schepselen, het hart van een hartlooze wereld, *de geest van geestlooze toestanden. Godsdienst is opium »voor het volk. De vernietiging van den godsdienst, van "het ingebeelde geluk des volk is de bevordering van het »werkelijke geluk des volks. De eisch om dien ingebeelden «toestand te verlaten is de eisch om toestanden te verbaten, die zulke inbeeldingen van noode hebben. De kritiek »van den godsdienst is dus de kritiek van dit jammerdal, »waarvan de godsdienst de heiligenschijn is. De kritiek «heeft de bloemen afgeplukt, die men aan de ketting «meende te zien, niet opdat de mensch een troostelooze «ketting zou dragen, zonder eenige inbeelding, maar opdat «hij die ketting zou afwerpen en de levende bloemen breken. «De kritiek op den godsdienst ontgoochelt den mensch, «opdat hij denke en handele, zijn werkelijkheid vorme, zooals «de mensch, die ongoocheld en tot verstand gekomen is, «opdat hij zich bewege om zich zelf, om zijn werkelijke «zon. De godsdienst is een zon in de verbeelding, die om «den mensch draait, zoolang deze niet om zich zelf draait. «Derhalve moet de geschiedenis, nadat het toekomstige «is verdwenen voor de waarheid, de waarheid van het «tegenwoordige vaststellen. Daarom moet de wijsbegeerte, «die m dienst staat der geschiedenis, nadat de heiligen»gestalte van de menschelijke zelf-vervreemding ontmaskerd «is, de zelf-vervreemding in haar onheilige gedaanten ontmaskeren. De kritiek van den hemel wordt kritiek der aarde, «de kritiek van den godsdienst kritiek van het recht, de «kritiek der theologie kritiek der politiek.'")

'\A"S d"" literar' Nachlasz von Karl Marx, Fr. Engels und berd. Lasalle. I Hand. Stuttgart—Dietz, 1902. S. 384-395.

14

Sluiten