Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met die stelling niet eens was. In zijn kritiek op het partijprogram van 1895, in 1891 door engels uitgegeven in de »Neue Zeit' , schrijft hij onder den titel »Gewissenfreiheit" als volgt: »Als men in dezen tijd van Kulturkampf het «liberalisme aan zijn oude leuze wil herinneren, dan kan dat »alleen in dezen vorm geschieden: ieder moet, zonder dat »de politie er haar neus in steekt, kunnen voldoen aan »zijn godsdienstige behoeften. Maar bij deze gelegenheid »moeten de arbeiders ook als hun overtuiging uitspreken, »dat de gewetensvrijheid de bourgeoisie niets is dan het »dulden van alle mogelijke soorten van godsdienstige ge»wetensvrijheid en dat het haar streven is de gewetens te »bevrijden van het spook van den godsdienst. Maar men »neemt liever plaats op het standpunt der bourgeoisie." ') Scherper veroordeeling van de halfslachtigheid der stelling: godsdienst is privaatzaak. is moeilijk te geven; Marx veroordeelt het met een woord, dat in socialistische kringen hoogst dififameerend is: «burgerlijk". Het is ons genoeg de aandacht te hebben gevestigd op die woorden van Marx, waarbij hij verklaart, dat de sociaal-democratie den godsdienst bestrijden moet, als zij inderdaad voor het volk die weldoende fee wil zijn, waarvoor zij zich uitgeeft. Hierop kan niet genoeg de aandacht gevestigd worden, daar de sociaal-democraten met hun struisvogelmanieren, die stelling «godsdienst is privaatzaak", willen uitleggen als een zeer ver gaande verdraagzaamheid, als een stelling die leert, dat ieder op zijn manier zalig kan worden.

Die beschouwingen van Marx over den godsdienst komen in de socialistische litteratuur onophoudelijk terug; geen partij houdt als de sociaal-democratie, van het »ipse dixit",

') Nette Zeit■ 1891. I. Band. s. 574—575. 16

Sluiten