Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te leggen op den samenhang tusschen wijsgeerig en historisch materialisme. Want het eerste is de grondslag voor het laatste, en het laatste is zonder het eerste een onding, dat geen recht van bestaan heeft. Wie het materialisme in het algemeen verwerpt, kan het niet voor de geschiedenis alleen handhaven; neemt men het materialisme aan voor de geschiedenis, dan moet men zich geheel en al materialist verklaren. Hij moet het dus voor lief nemen, dat men zijn historisch-materialisme aanneemt als een teeken, dat hij ook het wijsgeerig materialisme aanhangt.

Misschien vindt men het overbodig deze waarheid als een koe hier nog vast te stellen, maar wie op de hoogte is van de socialistische persproducten, zal begrijpen, waarop wij doelen: de socialisten beweren telkens weer, dat men geen recht heeft, uit het feit, dat zij het historisch materialisme aanhangen, te besluiten, dat zij ook aanhangers zijn van het wijsgeerig-materialisme.

Zoo lezen wij bijv. in een nog niet zoo oude brochure: «Elk verstandig mensch zal verwonderd vragen: wat heeft «het historisch materialisme te maken met het wijsgeerig «materialisme, dat antwoord geeft op de vraag naar het »wezen en den oorsprong van het «Zijn". Als bijv. iemand «belang stelt in het bewijs der geschiedkundige waarheid, »dat het priesterdom der 16e en 17e eeuw grootendeels «bestond uit verloopen gespuis, dat om zijn belangen te «bevorderen het afschuwelijkste kasten-egoisme aanhing, «waardoor zij aan de verdrukte boeren hardnekkig vertegen«woordigers in den landdag weigerden om hun rechtmatige «klachten uit te brengen, dat die «papen" in hun zedelijk »en rechtsbewustzijn geheel werden beheerscht door een «decadenten-moraal van een decadenten-tijd, — wat heeft «zoo iemand dan te maken met de vragen over den oor-

25

Sluiten