Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«kloosters voor den ondergang gered, en zijn door hen «voor het nageslacht bewaard. Die roem is welverdiend, »maar het blijft toch altijd vreemd, dat de broederschappen «voor christelijke ascese er roem in gezocht en gevonden «hebben, om de verzen van OviDIUS en HORATIUS, de «geschriften van ARlStOTELES en LUCRETIUS niet alleen »af te schrijven maar ook te bestudeeren, te verklaren, na «te volgen, ja in het leven te houden. Niet minder vreemd «is dit, dan dat die geestelijke ridderorden, die als strijders «van CHRISTUS het zwaard en het kruis, het pantser en «het ordeskleed droegen in zijn dienst, wonden sloegen en »tegelijk wonden heelden" ').

Dit is, zoo meent hij, een gevolg van het opnemen der Germanen in de Kerk: «Het christendom werd gegermaniseerd en heeft het natuurlijk streven van jonge volkeren «naar ontwikkeling in zich opgenomen en is daarvan op «eigenaardige wijze doortrokken." Alsof niet omgekeerd die jeugdige volkeren van de Kerk en haar orden dat streven naar ontwikkeling hadden ontvangen!

Wij leggen er derhalve vollen nadruk op, dat de beschavingsarbeid der Kerk niet is een toegeven aan de werkelijkheid en een afwijken van haar ideaal, omdat het onmogelijk bleek alle menschen tot kluizenaars en woestijnbewoners te maken. Maar de Kerk legde zich toe op de beschaving en ontwikkeling der volkeren, omdat zij weet, dat die ontwikkeling op aarde een plicht is, den mensch door God zelf opgelegd. Niet gedwongen, niet omdat zij niet anders konden, niet om een kwaad gewetent ot zwijgen te brengen, spanden priesters en monniken al hun krachten in om de wereld te beschaven, het was hun volle ernst,

') PAULUS. System der Etik, S. I", S. 119.

S

65

Sluiten