Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begrijpelijk: men moest een orgaan hebben, dat de tusschenscbakel was tusschen af- en aanvoerende zenuwbanen. Op analoge gronden steunden Vieussens, die liet centrum ovale, La Peyronie die liet corpus callosum, Haller e. a. die bulbus oblongatus en pons Yaroli als sensorium commune beschouwden. Al die meeningen hebben evenveel of even weinig recht; men kan den gedachtengang begrijpen, omdat, zooals gezegd, die lieden nog gevolgd wordt, maar in verband met nauwkeuriger anatomische kennis.

I -angs een geheel anderen, voor ons veel duisterder weg, komt het inzicht in de beteekenis der grijze substantie, die reeds door Willis (1622—1675) als corticale van de witte als medullaire substantie wordt onderscheiden. Hij geeft een ruwe beschrijving van de hersenwindingen, die op vogeldarmen gelijken; reeds licrkent hij daarin het middel, dat de natuur aanwendt om de oppervlakte veel grooter te maken zonder den omvang uit te breiden. Ook merkt hij op, dat de windingen bij de diersoorten ontwikkeld zijn in verhouding tot de variëteit en de multipliciteit der bewustzijnsfuneties. Maar bij meent dat de grijze substantie vooral van belang is, omdat zij het rijkst door liet bloed wordt besproeid en er zoodoende de levensgeesten in gedestilleerd worden, die gedacht worden als een immaterieele substantie, heel week en vluchtig en als 't ware actlieriscli.

Waarschijnlijk zou die leer meer ingang gevonden hebben, behoudens de noodige correcties, indien niet de experimenten der physiologen tot op de tijden van Fritsch en Hitzig als resultaat hadden gegeven dat de grijze stof niet alleen ongevoelig, maar ook onprikkelbaar was, zoodat dit een dogma vormde, waarover tot op 1870 de grootste eenstemmigheid heerschte. lïoerbave verklaart uitdrukkelijk, dat de witte substantie de zetel van do ziel moet zijn, (hij spreekt eigenlijk van liet sensorium commune) omdat de beleedigingen van de schors zonder

Sluiten