Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermoedelijk dus dezelfde phyjiologische functies bezitten, omkleeden zich terzelfder tyd. De witte substantie vormt zicli aldus bundclsgcwjjzc eerst in het ruggemerg, later in de hersenen. Vnl. de banen in de hemisferen zullen ons hier bezig houden.

Van alle sensibele vezels ontwikkelen zich in de hemisferen allereerst die, welke door de achterste wortels van liet ruggemerg en de inedulla oblongata intreden en door welke de centripetale prikkels geleid worden van bcwegings-, tast- en temperatuurzin. Men had reeds langen tijd (getuige de Türcksche hemianacsthesie en de carrcfour sensitif van Cliarcot) deze vezels loeren vervolgen tol aan de capsula interna, maar verkeerde in het duister omtrent de verdere uitbreiding naar de schors. De ontwikkelingsgeschiedenis geeft op een uiterst eenvoudige wijze door de gelijktijdige rijpwording ( = myelineomkleeding) direct de geheelc uitbreiding van liet systeem in de scliors te zien, welke uitbreiding wc met Munk en Fleehsig „Kiirperfiihhpluïre" willen noemen. De achterste grens valt samen met die van de achterste centraalwinding en van den lobulus paraccntralis; de voorste grens ligt iets vóór de voorste centrale winding.

Het hoofdgebied wordt gevormd door de centrale windingen, die den sulcus Rol and i naar voren en naar achteren begrenzen, en tevens strekt het projccticsystcem zich uit over een belangrijk gedeelte van den gyrus cinguli.

Na de KiirporfiihlsplUire, tegen het einde der 9' maand, ontwikkelt zich de reuksfeer, die vnl. den gyrus uncinatus en een deel van den gyrus hippocampus inneemt. Daar deze sfeer voor ons onderwerp van even weinig belang is als de smaaksfeer, wier uitbreiding nog niet juist bekend is, gaan we over tot de gezichtssfeer, die zich in den loop van de 10® maand begint te ontwikkelen. Zij omvat de geheelc binnenvlakte van den achterhoofdskwab, aan de convoxiteit. slechts een smalle zone in het bereik van de eerste occipitaalwinding en den

Sluiten