Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neura, zooals Meynert, "Wernicke e.a. het voorstellen.

Dergelijke banen bestaan wel; dat wil zeggen: er zijn directe verbindingen aan te toonen, die de gezichtssfeer, de geltoorssfeer of de reukssfeer eenerzijds verbinden met de tactiele sfeer andererzijds, maar deze bundels zijn nietig in verhouding tot andere associaticbanen; 't is bovendien volstrekt niet bewezen, dat de gehoorssfeer eenige directe verbinding beeft met de gezichtssfeer en de rèukssfeer, of de gcziclitssfeer met de reukssfeer. Dc meeste verbindingen z^jn indirect. Van de projectiegebieden uit ontwikkelen zicli zenuwvezels in het omgevende, nog onrijpe gebied van de hersenschors, terwijl van uit liet midden daarvan zich vezels ontwikkelen naar dat randgebied. Men treft dus ook weer a lieren te en efferente banen in deze gebieden, die door Flechsig associatiegebieden genoemd zijn.

Van die associatiegebieden kan men er drie onderscheiden n.1. een voorste of praefrontale, een middelste of insulaire en een achterste of temporooccipitale. Zij bezitten veel commissuui vezels of balkvezels, waardoor de rechter en linker overeenkomstige gebieden communiceeren, maar zeer weinig projoctievezels (althans volgens Flechsig), die hen met dc lager gelegene centra verbinden.

Het schijnt dat er niet vele directe banen bestaan van het voorste naar het middelste en achterste a.ssociatiecentrum, maar dat deze indirect weer communiceeren over de centrale windingen, zoodat op dc KörperfHhlspheire een nieuw licht valt als middelaar tusschen de verschillende associatiegebieden, waardoor zij voor de tweede maal op indirecte wijze de verschillende zintuigssferen met elkander in verband stelt. Dit maakt de Kiirperfillilsphiire tot iets fondamentcels in den bouw van het centrale zenuwsysteem. Dat is in overeenstemming met de ontogenie, daar wij moeten veronderstellen dat de gegevens van de standen der bcwegingsorganen onmisbaar zijn voor elke beweging en dus> liet centrale

Sluiten