Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ontogenetische nocli do phylogenetische wetenschap volgens deze metliode verrijkt zjjn.

Zeker is, dat in de individueele ontwikkeling de aanraking met de bestaande gesproken en geschreven taal van ingrijpend belang is. Het kind gaat met bepaalde klanken bepaalde voorstellingsinhouden verbinden, doordat de opvoeders er voor zoigen dat de geluidswaarnemingen tegelijkertijd met andere waarnemingen aanwezig zijn, liet aan de psychische organisatie overlatende om tusschen de opgewekte voorstellingen een associatief verband te leggen. Dat verband is evenwel vooral in den beginne niet altijd het beoogde; want eerst gaandeweg worden de waarnemingen zoo gedifferentieerd opgevat als zij bij do opvoeders bestaan. Men vindt bij liet kind terug wat men opmerkt voor de kindsheid van de volken, dat aanvankelijk slechts algemeene trekken en niet zeer bepaalde voorwerpen in verband gebracht worden met de hoofdtrekken der door de volwassenen gebezigde woorden. Aardig blijft het voorbeeld, dat Taine meedeelt: Ken kindje van twee jaar had een amulet om den hals gekregen en men had haar gezegd: „c'est le bon Dien."

Eenige dagen later, toen zij op de knieën van haar oom zat, viel haar zijn lorgnet op, dat ook met een koordje om den hals was bevestigd en tusschen het vest was gestoken, en riep zij uit: „c'est le bo Du de mon oncle." Onwillekeurig had zij met de klanken van „bo Du" een klasse van dingen samengevat, waarvoor wij geen afzonderlijken naam hebben, nl. die van de kleine, ronde voorwerpen, die met een bandje om den hals bevestigd zijn en tusschen de kleeren worden gestoken.

Men mag aannemen dat in een reeks van gevallen de bizondere begrippen zich steeds uit algemeenere ontwikkelen; de algemeene zou men kunnen voorstellen door cirkels, de bizondere door segmenten of snijpunten, die de verschillende cirkels gemeen hebben.

Deze eigenaardigheid geeft aan de conversatie van het

Sluiten