Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tevens, en dat is eigenlijk de hoofdzaak, raet de bewegingsvoorstelling : de kinderen leercn niet lezen, doordat men hen alleen laat luisteren, maar doordat men ben naar aanleiding der geziene karakters luide laat spreken.

Zoodoende kan deze nieuwe bekwaamheid, liet lezen, niet verkregen worden, zonder dat co ipso de oude associatie van klankbeeld en bewegings-voorstclling krachtig versterkt wordt, en deze zich nog duidelijker differentieeren dan vroeger.

De laatste verrijking van liet taalbezit bestaat in de verwerving van liet graphische beeld. Men begint met het kind de lettors cn woorden te laten copiceren om de associatie te vestigen tusschen dc optische beelden, (waarin dc maat der geassocieerde oogbewegingen wel een hoofdrol speelt) cn dc hand- cn vingerbewegingen. Ook hier is dc associatie tusschen optisch beeld en schrijfbcwegingsbecld een dubbele: optisch voorbeeld schrijfbewegingsbecld — optisch beeld van het. geschrevene.

Later wordt ingeoefend met behulp van dc reeds bestaande associatie van schriftteekcn en woordklank, die daardoor weer versterkt worden, de associatie van woordklank en graphisch beeld (dictee-oefeningen); ten slotte wordt door de oefening der opstellen dc associatie der begrippen cn bijbehoorende woordherinneringsbeelden met dc schrijfbewegingen versterkt.

Evenals het bezit van de gesproken taal een machtigen stoot geeft aan de intellcctueele ontwikkkeling van het kind, is dat ook het geval met de geschreven taal, en hand aan hand met dc verrijking der taalvormen groeit het intellectucele bezit.

Resumeerende:

Het kind gaat onder invloed van dc opvoeding associeeren of samenvatten zekere woordklanken, wier opvatting eerst gaandeweg gepreciseerd wordt, met voorstellingsinhouden, die ontstaan naar aanleiding van indrukken uit de buitenwereld en die in den beginne een algemeen

Sluiten