Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelling van den te bereiken eindstand. Stel, dat iemand zijn arm zóó wil zetten, dat boven- en onderarm een boek van 145° met elkander maken. Dat is een goed gedefinieerde opgave. Nu mag hij zoo'n uitstekend herinneringsbeeld van dien stand hebben als maar mogelijk is, dat zal hem weinig helpen als er geen gegevens bebestaan, of de hoek, die boven- en onderarm in 't begin maken 30° is of 180°. De begintoestand bepaalt evenzeer de beweging als de eindtoestand, maar de gegevens van do standen daartusschenin zijn al even onmisbaar. Dus weer een bijna oneindige veelheid van voorwaarden voor 't volvoeren van een zekere beweging, niet alleen in de spieren en de daar gelegen neuronendoelen, maar ook in de correspondeerende hoogere centra.

Waar dus, behalve de mogelijkheid van weggevallen herinneringsbeelden, de mogelijkheid openstaat dat met behoud van do herinneringsbeelden er zuiver perceptieve stoornissen bestaan of zuiver synthetische stoornissen, schijnt het mij hoogst gevaarlijk een theorie alleen te baseeren op het wegvallen der herinneringsbeelden.

In de aphasie-theorieën ziet men ook herhaaldelijk aangegeven, dat een bepaalde modaliteit van herinneringsbeelden wel is blijven bestaan, maar door de proeven die men daaromtrent nemen kan, is dat onmogelijk te bewyzen.

Lichtheim geeft op, dat, als een aphatische patiënt evenveel handdrukken kan geven of respiratiostooten kan maken als een woord lettergrepen heeft, dat hij dan nog de motorische woordbeelden, de articulatiebcelden bezit. Dit kenmerk vindt men tyjna zonder uitzondering bij alle auteurs. Toch is het ver van bewijzend: 'tisslchts een mogelijkheid naast andere; het is voor ieder duidelijk, dat men met een duidelijk gearticuleerd 'akustisch beeld net zoo ver en met een graphisch voorbeeld vermoedelijk nog verder kan komen. Neem een woord als toorn, melk, crème en tal van andere woorden, vooral in vreemde

Sluiten