Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieten dingen zien, waarvan de naam uit verscheidene lettergrepen bestond bjjv. een kurketrekker. Daarna spraken zij een reeks van syllaben uit, waaronder sommige voorkwamen, die ook in den naam van liet vertoonde object zaten. De patiënt moest dan een teeken geven, telkens als er een lettergreep van den objectnaam voorkwam. Zij vonden, dat de eerste syllabe zeer dikwijls werd herkend, de volgende zelden, de laatste nooit. Deze proef deden zij om aan te toonen, dat er behalve de motorische taalstoornissen ook nog andere waren. Daarin zijn zij geslaagd. Traden alleen, zooals deze auteurs ineenden, de akustische beelden van de eerste lettergrepen op, of de lieele woorden, die echter niet lang genoeg werden vastgehouden? Waren het de akustische beelden, met of zonder medewerking van de optische? ziedaar vragen, die met die proef niet beantwoord zjjn en vooreerst nog wel niet beantwoord zullen zijn.

Inderdaad schijnt mij het vaststellen van liet bestaan of het ontbreken van herinneringsbeelden met zoo groote moeilijkheden gepaard, dat liet mij van meet af onvruchtbaar toeschijnt de zaak zóó voor te stellen alsof iedere stoornis moet verklaard worden óf uit weggevallen woordherinneringsbeelden, óf uit weggevallen associaties tusschcn bestaande herinneringsbeelden, welk dilemma toch wel de kern vormt van de aphatische schematologie. Wat over de herinneringsbeelden gezegd is, bevat reeds implicite de bezwaren tegen dat eigenaardige associatiebegrip. Wij drukten er op, dat een voorstelling een grootheid was van ons abstraheerend denken, een grootheid, wier waarde oneindig kan varieeren. Om op het taalgebied te blijven: wij verkiezen soms een ->n als voorstelling te beschouwen, dan een complete tvoordvoorslélling, dan een modaliteit van een woordvoorstelling als een akustische of optische of motorische voorstelling, dan een syllabe, dan een letter, dan een der componeerende tonen.

Sluiten