Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het voleindigen van dit proefschrift biedt mij een welkome gelegenheid den Hoogleeraren van de Medische en van de Philosophische Faculteit der Universiteit van Amsterdam mijn oprechten dank te betuigen voor de opleiding, die ik van hen heb ontvangen.

Aan U, Hooggeleerde Spronck, mijn Promotor, breng ik mijn bizonderen dank voor de welwillendheid en den steun, die ik in zoo ruime mate van U mocht ondervinden bij de samenstelling van mijn proefschrift. Ik beschouw het als een groot voorrecht onder Uw gewaardeerde leiding werkzaam te zijn geweest.

Wees overtuigd, Hooggeachte Wijnhoff, dat, al was ik slechts' korten tijd Uw assistent, de zoo leerrijke omgang met U mij in velerlei opzicht tot groot nut is geweest.

Hooggeachte Bosscha, de vriendschappelijke leiding, die ik als Uw assistent van U mocht ontvangen, zal mij steeds met dankbaarheid op die jaren doen terugzien.

U, Hooggeachte Haverschmidt, zeg ik hartelijk dank voor de bereidwilligheid, waarmede Gij Uw ervaringen en Uw materiaal te mijner beschikking steldet, wanneer ik die voor mijn onderzoek behoefde.

Ten slotte past het mij een woord van dank uit te spreken aan allen, in het bizonder aan den Directeur van het Wilhelmina-Gasthuis te Amsterdam en aan Uy Hooggeachte Wagenaak, die mij het materiaal voor mijn arbeid verschaften.

Sluiten