Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

HISTORISCH OVERZICHT.

1. Onderzoekingen naar den verwekker van den Kinkhoest tot 1888.

> De waare oorzaak van deeze ziekte is dan eene vreemde zaadstoft'e, die een vermogen bezit, zich, even als het vergift der pokken, te vermeerderen, en aan te grijpen kinderen, die te vooren van denzelven niet aangetast geweest zijn. Ik kan met geene zekerheid zeggen, of het insecten zijn: Doch men bemerkt duidelijk, dat het vergift zich door de besmetting voortplant, en dat, een gedeelte daarvan door de ademhaling in de borst komt, doch het meeste met liet speekzei in de maag nedergeslikt word."

Zoo uitte zich in de 18e eeuw Rosén van Rosenstein (2) al over aard en werking van het kinkhoestvirus, dat vóór hem Linnaeus (1) zich reeds gedacht had als een contagium animatum, bestaande uit de eieren van kleinste dieren, die door inademing de ziekte zouden verwekken.

De verschillende vermoedens, die in den loop deieeuwen over den aard van dit contagium zijn geuit, wil ik echter laten rusten en mijn overzicht beginnen met den eersten, die lagere organismen bij kinkhoest aantoonde: Poulet (3).

Sluiten