Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgd wordt door heftige hoestbuien en algemeene ziekteverschijnselen. Het neusslijm komt microscopisch overeen met het kinkhoestsputum. Doodt men het dier in dit stadium, dan vindt men dezelfde afwijking als in de cadavers van aan kinkhoest gestorven menschen, n.1. het slijmvlies der luchtwegen van de epiglottis af overtrokken door een netwerk van sporendragende draden, dat zich ook over de bifurcatie heen tot in de alveolen voortzet, indien de ziekte door bronchitis of pneumonie gecompliceerd wordt. Dan zag hij den parasiet ook in de epithelia en in het bindweefsel om de alveolen. Zijn er veel dwarswanden, dan zien die draden er uit als fijne parelsnoeren.

Later (7) beschrijft hij de kinkhoestmicroben anders: de witte haardjes in het sputum zijn nu ophoopingen van micrococcen, waarin zich kleine kogelbacteriën en plasmabolletjes van verschillende grootte ontwikkelen. Op een objectglas of in een buisje kon hij, na toevoeging van een voedingsvloeistof, nagaan, hoe deze kogelbacteriën zich vermeerderden en vergrootten tot plasmabolletjes met wasachtigen glans, hoe deze groeiden, troebel werden, opgevuld werden met kogelbacteriën, en hoe ten slotte deze hoogstens 0,06 m.M. groote micrococcenblazert berstten en de vrijgekomen micrococcen denzelfden ontwikkelingsgang doormaakten.

Gekweekt op kalfsvleeschlijm met suikeroplossing of op wittebrood met melk, ontwikkelt zich uit de micrococcen een fijn mycelium, waaraan bruingele sporen rypen. Volgens de sporen behoort de schimmel tot de Ustilaginei.

Terzelfder tijd vestigt Henke (8) de aandacht op ronde cellen in het kinkhoestsputum, gevuld met kleinste, levendig bewegende lichaampjes en een of meer excentrische kernen. Haar grootte bedraagt 0,01—0,02mM..

Sluiten