Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

droging of koude) tot ronde of ovale bolletjes, die er als vetdrupjes uitzien, maar door aether niet worden veranderd. De netvormige cuticula, die de oorspronkelijke blaas omgaf, wordt doorzichtig en in haar mazen ziet men die bolletjes liggen. Hun grootte wisselt van een micrococcus tot een grooten leucocyt. Uit deze fragmenten groeien nu weer embryonale cellen, wat men vooral in het met permanganas kalicus gekleurde sputum gemakkelyk kan volgen. Deze kleuring differentieert ze ook van myelindruppels, die slechter gekleurd worden.

Deichler vond onder de parasieten van den mensch alleen in het balantidium coli eenige overeenkomst met z;jn protozoön.

In zijn eerste publicaties (18, 19.) beschrijft hij den parasiet eenigszins anders, sommige bizonderheden — o.a. het in de embryonale cellen ingesloten lichaampje was soms als een spiraal gewonden, knotsvormig, zonder trilharen — zag hij later nooit meer, evenmin het dringen van de ringen in grootere rondcellen, wat hij toen voor copulatie hield.

Al durft hij, omdat reinculturen en daarom dierexperimenten wel niet mogelijk zullen zyn, den parasiet niet zeker tot den verwekker van de ziekte te verklaren, toch acht hij hem door zijn grootte beter in staat om door smmvliesprikkeling de geweldige hoestbuien op te wekken, dan de zoo uiterst kleine bacteriën.

Tien jaren later kwam Kur 1 of f (33.), die Dei c h 1 er's onderzoek slechts uit een referaat kende, tot ongeveer gelijke resultaten.

Afgeschrokken door de banaliteit der microorganismen, die het bacteriologisch onderzoek der kinkhoestsputa hem opleverde, is hij er toe overgegaan alleen het sputum in verschen staat te bestudeeren.

Sluiten