Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het slymige sputum van het begin der ziekte troffen hem elementen van verschillenden vorm en grootte, sommige kleiner dan een rood-, andere grooter dan een wit bloedlichaampje. Aan een soms aan twee tegenovergestelde kanten bevinden zich trilharen van verschillende lengte, de langste in het midden; op de grootste helft van het lichaampje ontbreken ze echter. Door de trilharen beweegt het organisme zich voort, dringt tusschen de elementen van het sputum door onder voortdurende vormverandering en aanpassing aan de beschikbare ruimte, waarbij ook de kern van vorm en plaats wisselt. Het protoplasma is fijnkorrelig. Bij kamertemperatuur houdt de beweging spoedig op; toch kan men dan, ook in het gekleurde droge praeparaat, deze lichaampjes, die er nu kleiner uitzien, met hun lange trilharen duidelijk herkennen.

Van meer belang acht K urloff echter de elementen, die hij steeds in het meer etterige sputum van de latere perioden der ziekte vond, en die voor het kinkhoestsputum pathognomonisch zijn.

Het zijn op slijm- of vetdruppels gelijkende bolletjes met dubbele contouren en in het midden een kleine kern, die dikwijls ovaal is met oneffen, gefestonneerde randen en een glanzenden, centralen nucleolus. Doordat in de kleinere vormen (kleiner dan een rood bloedlichaampje) de protoplasmalaag tusschen kern en omhulsel zeer smal is, vertoonen deze concentrischen bouw; de kleinste zien er homogeen uit met een glinsterende punt in het midden. Soms zijn ze ovaal, doordat twee bolletjes zich in één omhulsel hebben vereenigd, of doordat het omhulsel aan den eenen kant dikker is dan aan den anderen. Men vindt ze in grooten getale door het sputum verspreid, soms in hoopen bij elkander; soms zijn groote, korrelige cellen er mee opgevuld.

Sluiten