Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat men het praeparaat een of meer dagen in de vochtige kamer bjj kamertemperatuur, dan ziet men het aantal bolletjes toegenomen, maar bovendien lichaampjes, waarvan de herkomst aldus wordt verklaard: de bolletjes bersten ten slotte door groei van hun inhoud, het omhulsel trekt zich aan een pool van den protoplasmatischen inhoud samen tot een halve maan of laat dezen geheel los en het vrijgekomen protoplasmalichaampje met een of meer kernen beweegt zich als vrije amoebe, zonder trilharen, voort. De ledige omhulsels vindt men onder biscuit-, 8-, kringvormen enz., evenals de amoebe, ook wel in het versche sputum, doch in veel geringere quantiteit.

De vroeger genoemde, met bolletjes opgevulde cellen, die meestal rond en gladrandig zijn, twee kernen bezitten en ongeveer 5—6 maal grooter zijn dan een wit bloedlichaampje, bersten ten slotte ook en laten de bolletjes (sporen) vrij. Hierin ziet Kurl o ff vermeerdering door intracellulaire sporenvorming en rekent daarom den parasiet tot de Sporozoa. Deze groote sporencellen ontwikkelen zich weer uit de bovenbeschreven amoeben, wat hy door de verschillende overgangsvormen, die hy waarnam, bewezen acht.

Deze amoeben onderscheiden zich slechts van etterlichaampjes door hun groote veranderlijkheid van vorm. Men ziet tweeërlei soort pseudopodiën: de eerste bevatten ook den korreligen inhoud der cel, de tweede, die veel sneller uitgestoken worden, zijn homogeen. Toch is het niet onmogelijk, dat we hier te doen hebben met etterlichaampjes, wier beweeglijkheid verhoogd is door een of anderen chemischen prikkel in het kinkhoestsputum. Men kan de amoeboïde bewegingen nog zien in sputum, dat 24 uur by kamertemperatuur heeft gestaan.

Sluiten