Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op aardappel ontwikkelt zich een dikke, geelachtige, later bruinachtige laag; in bouillon den 2den dag een lichte troebeling, die allengs sterker wordt.

Na 1—2 weken houdt hun groei op, hoewel ze na 4 maanden nog niet afgestorven zyn. In zulke oude culturen treden degeneratie verschijnselen op, ook sporen, die meestal aan het einde van de staafjes zitten, soms ook een weinig er van verwijderd, hoogstens twee in getal; ze zijn wat dikker dan het staafje, waarvan de omtrek dan niet duidelijk meer zichtbaar is.

De bacil is beweeglijk.

Spoot hy jonge honden en konijnen in de blootgelegde trachea 1—2 c. c. emulsie van een minstens 8 dagen oude cultuur, dan stiei'f een deel binnen enkele dagen aan pneumonie, een ander deel kwam de pneumonie te boven, terwyl een coryza en bronchitis met op kinkhoest gelykende hoestaanvallen nableef. In de pneumonische haarden vond hij den bacil in reincultuur, ook soms in het slijm van bronchi, trachea en neus.

Ssemtschenko (24.) kweekte dezen bacil ook uit de cadavers van vier aan kinkhoestpneuinonie gestorven kinderen. Hij vond hem ook in de pneumonische haarden bijna in reincultuur, in mindere mate in het slijm van de hoogere luchtwegen. Uit lever, milt en nieren gelukte het hem ook in eenige gevallen den bacil te kweeken.

Hy onderzocht ook de sputa by velerlei andere ziekten op deze bacillen, steeds met negatief resultaat. Bij kinkhoest vond hy ze al van den vierden ziektedag af, terwyl ze reeds vóór de ziekte geheel genezen is, weer uit het sputum verdwenen zyn.

Op grond van zyn dierexperimenten en zyne en Ssemtschenko's bevindingen by den mensch, en van het feit, dat deze bacil verschilt van alle tot dien tyd (1887) bekende bacteriën, houdt Afanassjew zyn Bacillus

Sluiten