Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L u z z a t o (56) was in de gelegenheid exemplaren van de bacteriën van Czaplewski en Koplik te vergelijken en werd getroffen door het verschil; terwyl de laatste zich voordeed als een klein, moeilijk kleurbaar, influenza-achtig staafje, waren de eerste plompe, korte staafjes: vry groote bacillen naast kleine, ovale coccen.

Hy heeft verder het gewasschen sputum van 41 kinkhoes tlijders op bloedagar uitgestreken; twee soorten microben troffen hem hierbij door hun frequente aanwezigheid.

1°. Bijna constant waren zeer kleine, korte staafjes aanwezig, vaak met poolkleuring, volgens Gram te kleuren. Volgens Weigert of met Löffler's blauw gekleurd, zijn ze niet van pneumococcen te onderscheiden, vooral ook, omdat ze in het sputum niet zelden door een lichten hof omgeven zyn. Hij houdt het er dan ook voor, dat ze behooren tot de groep diplococcus lanceolatus. Ze groeien beter op bloedagar en Löffler's serum dan op andere bodems en leven kort.

Een aap kon hij door intratracheale inoculatie met deze bacterie niet doen hoesten. Voor muizen is zij nogal pathogeen. Als dit niet de poolbacterie van Czaplewski is (deze zag een exemplaar en hield het voor een pneumococcus), dan heeft hy haar in deze epidemie nooit aangetroffen.

2°. Dikwijls zag hij een slanken, dunnen bacil, waarschijnlijk identisch met den door E1 m a s s i a n beschrevenen. Hij is 1,5—1,7 p lang en 0,3 p breed, lijkt op den influenzabacil, maar groeit ook op serum. De kolonies zyn na 24 uur hoogstens 3U c.M. in diameter, plat, grijs, scherprandig, met grove granuleering in het centrum, die zich na 48 uur bijna over de geheele kolonie uitstrekt. Alleen voor caviae is hij pathogeen.

Dezen bacil wil hy bacillus minutissimus sputi noemen,

3

Sluiten