Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooral sinds Klein pseudodiphteriebacillen beschreef, die niet op aardappel groeiden.

Hij gelooft daarom niet, dat de bacterie van Czaplewski de oorzaak van de ziekte is.

Ook Koplik's bacil schijnt hem een pseudodiphteriebacil: Migula beschrijft dergelijke. Ritter's diplococcus vond hy slechts éénmaal, den bacil van Af anassj ew nooit. Den coccobacillus van V i n c e n z i houdt hij niet voor identisch met de poolbacterie, wel met den diplococcus van Buttermilch.

Een zeer nauwgezet onderzoek van 31 kinkhoestlijders publiceerden Jochmann en Krause (62) in 1901.

Naast lanceolatusvormen, strepto- en staphylococcen zagen zij in het sputumpraeparaat steeds in overmaat ovoïde staafjes van de grootte van den influenzabacil in grootere of kleinere groepen bijeen, soms ook in de cellen.

Ze vertoonen bij zwakke kleuring duidelijke poolkleuring en lijken dan op diplococcen.

Deze staafjes vonden zij op bloedagarplaten terug in kolonies, die op sterk lichtbrekende dauwdruppels gelijken.

Deze morphologisch op elkander gelijkende bacillen bleken echter niet alle biologisch overeen te stemmen: men vindt 3 soorten, A, B en C, van welke men de onderlinge verschillen in de volgende tabel kan nagaan.

A B j C~

Wie oft gefunden 18 Mal 4 Mal I 3 Mal

.

r, j /-i •• iGrössed.Influenza-i • » »

Form und Grosse. .... .r.. . wie A wie A

| bacillus, eiformig j

Beweglichkeit I unbeweglich j wie A j wie A

Gramfarbung | negativ j wie A ! positiv

Wachsthum auf Blutagar . , Thautröpfchen ; wie A,öf- wie A

Wachsthum auf hamoglo- terConfluenz

binfreien Nahrböden . . I kein Wachsthum | Wachsthum Wachsthum

Sluiten