Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot 38,7°. Toen deze injectie 2 maal herhaald was, is 10 dagen later de 3de en laatste aderlating geschied.

In de eerste plaats was het nu van belang na te gaan, of door het serum van dit paard de b. pert. E. geagglutineerd werd. Dit bleek niet te geschieden: hoogstens werd bij den voor de immunisatie aangewenden stam II in een verdunning van 1 : 10 een spoor van agglutinatie waargenomen.

Dit negatieve resultaat werpt een eigenaardig licht op de negatieve uitkomst van onze pogingen om den b. pert. E. te agglutineeren met het serum van kinkhoestlijders. Daar deze bacil blijkbaar in het dierlijk lichaam, om zoo te zeggen, geen agglutininen produceert, kunnen we dus niet verwachten, dat het bloedserum van kinkhoestpatiënten hem zal agglutineeren, ook al is hij de oorzaak van de ziekte.

In de tweede plaats kon onderzocht worden, of aan dit paardenserum bactericiede werking toekwam. Wie met den b. pert. E. gewerkt heeft, zal begrijpen, dat men om dit na te gaan, nog al op bezwaren moet stuiten: de b. pert. E. toch is zeer vergankelijk, voor zyn groei spelen kleine invloeden een grooten rol en juist bij de bloed-bouillonculturen, die voor deze proeven in vitro noodig zijn, hebben we het meest met deze eigenschappen te kampen; zaait men uit zulk een bouilloncultuur op bloed-agarplaten uit, dan ziet men de bacillen op deze niet zoo regelmatig opkomen, als voor deze onderzoekingen wel wenschelijk is. En wat het onderzoek in het dierlijk lichaam naar een mogelijke bacteriolytische en anti-infectieuse werking van dit serum betreft, hadden onze experimenten bij caviae ons reeds geleerd, dat de virulentie van den b. pert, E. een te labiele factor is, om bij dergelijke proefnemingen betrouwbare uitkomsten te kunnen verwachten.

Sluiten