Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewaard hadden, verrichtten we dit onderzoek. Het resultaat bleef evenwel negatief, hoewel sommige gevallen herhaaldelijk, o. a. cas. XXVII 6 maal, onderzocht werden.

In cas. XXX troffen wij een kleinen bacil aan, die zeer veel op het ontvangen exemplaar van den bac. z geleek. Door het serum van Manicatide werd hy sterk geagglutineerd tot in een verdunning van 1 : 300; ander paardenserum had echter hetzelfde effect, hoewel niet in die intensiteit.

In 4 gevallen (cas. XXXII— XXXV) hebben wij het sputum behalve op agar ook telkens op 3 gelatineplaten uitgezaaid: we konden toch verwachten, dat deze bacil, die zoo goed op gelatine bleek te groeien, ook wel uit het sputum gemakkelijk daarop zou te kweeken zijn en mogelijk meer op den voorgrond zou treden. Op deze platen groeiden echter slechts coccen en beweeglijke staafjes.

De sputumpraeparaten, die wij nooit nalieten, gekleurd met verdund Ziehl's fuchsine, te onderzoeken, leerden ons niet veel: in ieder praeparaat van kinkhoestsputum ziet men kleine, korte staafjes met min of meer poolkleuring; het scheen ons echter niet mogelijk uit dit aspect alleen uit te maken, hoe die staafjes zich in cultuur zouden voordoen.

Hier zij nog genoemd, dat met het serum van Manicatide een drietal kinkhoestpatiënten behandeld is (zie bijlage III). Het waren echter geen van alle beginnende gevallen; wij namen geen genezing waar, doch in 2 gevallen wel eenige verbetering.

Overigens konden wy ons bij deze 18 gevallen overtuigen, hoe weinig karakteristiek het beeld is, dat het kinkhoestsputum, uitgezaaid op agarplaten zonder bloed, vertoont. Behalve de constant aanwezige strep-

5

Sluiten