Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7;. s.!

Niet zonder bepaald gevoel van teleurstelling, geef ik tlians in den vorm van een auctie-catalogus een beknopt overzicht van den bibliographischen arbeid betreffende liet Stichtsch Atheen, door mij in 1877 aangevangen, en sedert met afwisselend succes voortgezet, liet was voor mij de eerste liefde op het arbeidsveld der boekwetenschap, en toen ik in 1881, l>ij liet 45e Lustrum der Akademie, als feestcatalogus, een schets van dien arbeid aanbood, leefde ik welke lijk in de zoete hoop, dat tijd, gelegenheid en aanmoediging mij zouden gegeven worden, om het opgevatte werk, eenmaal, zoo volledig mogelijk, te kunnen uitgeven. Het is daartoe echter niet mogen komen; wèl ondervond ik in 1881 veler waardeering van mijn plan, wèl kwam, Lij na tot zijnen dood toe, de onvergetelijke Hoogleeraar Doedes, mij tot volhouden aansporen, en deed liij al het mogelijke, om den noodigen steun voor zulk eene uitgave te verklagen — maar wij missen in Nederland nu eenmaal een „Smitlisonian Institution", en 0111 anderen particulieren steun voor zulke uitgebreide bibliographische uitgaven te vinden, blijkt thans eene

onmogelijkheid te zijn.

Ik zelf moest dat in 1883 ten- 2en male ervaren, met mijne bibhographie van het Amsterdamsch Athenaeum, die véél tijd, véél werk, véél geld kostte, maar behalve een groot aantal brieven van gelukwensch, slechts zeer geringen werkelijken steun mocht verwerven — - reden waarom ik 11a de 3e aflevering, dan ook het verdei afdi ukken moest staken. En een mijner vrienden die eenigen tijd later, met zijn eerste deel van de Bibliographie eener andere Akademie uitkwam, en dat deed op eene wijze, dat zijn arbeid zeker ongeëvenaard uitvoerig, correct, en vergelijkend, ja vrijwel, niet te overtreffen mag genoemd worden - hij moest zich weldra, behoudens den voor dit deel verkregen steun, ook al met schitterende recensies, complinienteerende brieven en andere goedkoope bewijzen

Sluiten