Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

subjectieve logica de objectieve wetten van het heelal, waartoe ook het subject of de denkende mensch zelf behoort, zich afspiegelen, m, a. w. dat de logica niet enkel subjectief en formeel, niet enkel het werktuig des wijsgeers, maar een objectief reëel bestanddeel (ftépos) der wijsbegeerte zelve is, kwam bij Aristoteles niet op, en werd eerst later door Hegel in het licht gesteld." (Gesch. der godsd. en wijsb. 1863, pag. 107).

Wat hier in Hegel geprezen wordt, heeft Aristoteles 't eerst gedaan, die duidelijk zegt: de verschillende kategorieën duiden verschillende soorten van werkelijkheid aan en evenveel kategorieën als er zijn, evenveel soorten van werkelijkheid zijn er ook „óax%üc yxp xiyerxi, t0<rxuTX%us tc slvxi (Metaph. IV, c. 7,

pag. 1017, b, 10). Ook is het duidelijk, dat b. v. mogelijkheid, voor Diodorus Kronos maar een woord, in de schatting van Aristoteles veel meer was dan een hulpmiddel om te denken en te spreken. Als Diodorus wil aantoonen, hoe vrij men met woorden kan omspringen, geeft hij aan zijn zoons de namen van partikels, (têv en Sf, terwijl hij zijn slaaf xKloc. niv noemde. Een woord beteekent, volgens hem, dat wat de spreker wil. Maar bij Aristoteles is mogelijkheid een algemeene verklaringsgrond, in denzelfden zin een werkelijkheidskategorie als voor vele latere physici krachten en voor psychologen vermogens als verstand enz. dit zijn.

Sluiten