Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch zal ieder onpartijdig rechter de zooeven geschetste Engelsohe politiek verachtelijk vinden. Als het Utilisme den rechten toetssteen van het zedelijk goede aangaf, dan zouden wij Powers gelijk moeten geven, die in het „International Journal of Ethics" het volgende schreef: „Het Angelsaksische ras late geen voordeel glippen; tot geene inschikkelijkheid toone het zich bereid; het gewicht van zijn ongedeelden invloed werpe het in elke weegschaal , waar het, hoe gering dan ook, gaat om de belangen zijner cultuur. Is ergens een strategisch punt, het worde bezet, is er een gunstig gelegen landstreek in te palmen, zij worde vermeester^. Alle kolenvelden, alle mjjnen, die het tot verdere ontwikkeling zijner nijverheid behoeft, het make zich er meester van. Zoo moeten wij blijven doen. Machtsgevoel zet zich even natuurlijk om in heerschappij, als besef van zwakheid in onderwerping. Al8 eens de sluimerende instincten van rasgevoel en rasvermogen wet zijn geworden, dan bezemen zij de papieren hindernissen der logica en der schijnverplichtingen onbarmhartig weg."

Diezelfde leer werd reeds door de Spaansche struikroovers in praktijk gebracht, die, wanneer het er op aankwam om den behaalden buit te verdeelen, tegenover elkaar de meest stipte rechtvaardigheid in acht namen. Don Quichot, hun gevangene, riep daarom vol geestdrift uit: O, rechtvaardigheid, wat zijt gij toch eene goddelijke deugd! Zelfs dit geboefte, dit uitvaagsel des menschdoms zou geen oogenblik in vrede samen kunnen leven > wanneer het uwe wetten niet eerbiedigde. Om monsters vaQ onrechtvaardigheid tegenover anderen te kunnen wezen, zijn ze verplicht tegenover elkaar rechtvaardig te zijn!

Ziedaar eene utilistische aanbeveling der rechtvaardigheid. Doch Aristoteles is geen utilist, want hij neemt aan, dat er eigenschappen zijn, die de waarde van den mensch uitmaken. Niet omdat zij geluk bevorderen, worden grootmoedigheid, dapperheid, matigheid enz. deugden door hem genoemd, maar omdat zij eervol

Sluiten